 |
|

 |
|
|
|
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
|
|
Dirk van Bastelaere (Sint Niklaas, 1960) citeert niet voor niets Spock uit de televisie serie Star Trek: `It's life, Jim, but not as we know it'. Het is poëzie, Jim, maar niet zoals we die gewend zijn. Van Bastelaeres gedichten zijn geen keurig nette aardse verhaaltjes en beschrijven geen keurig nette aardse tafereeltjes. De taal is `Vulcan'; van een koele, spits-orige logica die we vaak niet helemaal begrijpen ofschoon de zinnen grammaticaal in orde zijn.
Van Bastelaere's thema's wringen zich in allerlei bochten en kronkelen als zijn het buitenaardse wezens. Een dreigende, kwaadaardige klerenkast die je op zal slokken als je haar de rug toekeert. En wie is Anja uit het gedicht `Anja's kast'? Van welke planeet komt zij? Een van Van Bastelaeres sleutelwoorden is `orde'. Dat is aan de ene kant waar zijn gedichten naar op zoek zijn. De langzame standvastigheid van een rif dat `niet echt is begonnen' terwijl het menselijk bestaan, een wolkflard, komt en gaat. De eeuwigheid wordt bevroren in een reeks koninklijke portretten. Aan de andere kant verstoren zijn gedichten de orde juist en helpen ze de logica der aarde om zeep. Je ligt in bad en verbeeld je dat je een speer werpt en dat die trilt in het gras. Je staat in een bloemenwei dus is er geen bloemenwei waar jij staat: daar ben jij. Je wilt een sonnet? Het sonnet houdt er anderen gedachten op na. Enzovoort.
De poëzie van Van Bastelaere kent parallellen. Gedichten waarvan het thema niet de buitenwereld, maar het gedicht zelf is herinneren aan het werk van Hans Faverey. Vooral bij flarden zoals in het gedicht `In de geleegde badkuip': `in de oneigenlijkheid / van de tekens / is het voor ons goed te zijn opgenomen, want daarbuiten / is het woest en / onvergankelijk en / leeg'; het woord dat niet als spiegel van de wereld fungeert maar als barrière tussen leven en leegte.
Hermetisch; post-punk; briljant; onbegrijpelijk. De jury is nog steeds in beraad. Maar over één ding zijn de critici het in ieder geval eens: Dirk van Bastelaere is een centraal figuur in de Vlaamse poëzie van het einde van het millenium. Negeren kunnen we hem niet. |
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|