 |
|

 |
|
|
|
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
In zijn lezing ‘De bron van de Amstel’ gaat Remco Ekkers op zoek naar de bronnen van de poëzie. Waar komt het gedicht vandaan? Of anders gezegd: wanneer ga je achter je schrijftafel zitten? Je hebt iets gezien of gehoord of gelezen en er heeft zich een regel aan je opgedrongen. Een regel die op papier wil. Het hoeft niet de eerste regel te zijn in het definitieve gedicht, het kan de vijfde of achtste zijn. Sommige dichters weten intuïtief dat het de negende regel moet zijn en dat er twee strofen aan vooraf moeten gaan. Bij hen ontwikkelt het gedicht zich als een foto in een ontwikkelbad. Sommige passages zijn al duidelijk, andere moeten nog komen, maar over de plek waar ze komen te staan is geen misverstand mogelijk. Andere dichters bouwen hun gedicht regel voor regel op tot het logische eindpunt. Weer andere proberen allerlei versies uit tot de constellatie op papier bevredigend is. Ook de aanleidingen tot het schrijven van een gedicht variëren: een beeld, een gedachte, een flits van inzicht, een reactie op een bestaand kunstwerk - ze zijn alle even geldig als startpunt. De dichter zelf moet ervaren hoe haar of zijn werkwijze is, maar voor allen geldt: leer van de voorgangers. Ontwikkel je eigen stijl, je eigen poëtica, maar negeer niet wat al is geschreven. Wees niet bang voor beïnvloeding, integendeel, scherp je eigen visie met behulp van anderen. Zoals een schilder leert door museumbezoek - niet alleen technische oplossingen, maar ook een manier van kijken - zo leert een dichter door te bladeren en te lezen in bloemlezingen en bundels. Dit alles wordt toegelicht met behulp van een aantal beroemde en minder beroemde gedichten van o.a. K.Michel, Gerrit Kouwenaar, Elisabeth Eybers en Rutger Kopland. Zowel tijdens als na de lezing is er gelegenheid tot het stellen van vragen.
Remco Ekkers geb. 1941 heeft inmiddels zeven dichtbundels op zijn naam. Ekkers groeide op in Bergen en Den Helder en studeerde Nederlandse taal- en letterkunde in Groningen. Hij doceerde tot 1999 letterkunde en drama aan de Noordelijke Hogeschool te Leeuwarden. In 1984 debuteerde Ekkers met de jeugdpoëziebundel Haringen in sneeuw die in 1985 onderscheiden werd met de Zilveren Griffel. In 1986 verscheen zijn eerste bundel met poëzie voor volwassenen: 'Een faun bij de grens'.
Flamenco gitarist Ruud Stoop geb. 1961. Breda, studeerde solo tussen 1981 en 1985 in Cordoba (Spanje) aan het Conservatorio Superior. Hij leerde zangers en dansers te begeleiden aan de Academia de Merengue de Cordoba Y Concha Calero. In 1985 studeerde hij bij Paco Peña in Rotterdam. Stoop ontving in 1991 zijn Flamenco lerarengraad en schreef een boek over een nieuw leersysteem dat hij ontwikkelde om de Flamencogitaartechniek te verbeteren en te begrijpen.
|
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
| |
Het pand waar de Stichting Jambe haar deuren open zette, ligt centraal in het centrum aan de Voldersgracht 10 Delft. Henriette Faas introduceerde Remco Ekkers, neerlandicus en dichter, schrijver van o.a. de Feeëntrein .
Hij hield vol overgave een lezing, communicatie over en weer met het publiek, over de bron van de Amstel. Verhaalde uit eigen bron over inspiratie momenten. Gesprekken met dichters en het bewust of onbewust opnemen van woorden, waardoor poëzie ontstaan, kan als je open staat. Geboren in Bergen, nu woonachtig in de provincie Groningen, bereisd een bewogen man met een open blik, zijn liefde voor taal voelbaar in zijn lijf. Alles bewoog even mee terwijl hij sprak.
O.a. de twinkeling in zijn ogen gaf zijn plezier aan dit hier in Royal met anderen te mogen delen aan. Zo herkenbaar dat wat hij vertelt, waarom staan er drie mensen ergens op te wachten, twee lopen door, één staat stil bij het moment en verwoordt, zet gedachten, associaties op een rij. Over de verborgen regels, de emoties die herinneringen bij je kunnen openen, waarvan je het bestaan niet meer weet. Ik heb veel moeten slikken juist om die opmerkingen, zo herkenbaar de impact voor mij persoonlijk, juist door het in contact komen met de poëzie.
Voor de lezing begon, we waren samen met Ekkers één van de eerste aanwezigen, dronken we samen koffie en spraken over één en ander, vroeg hij wie we waren en hoe we dachten over poëzie. Was nieuwsgierig naar onze onderlinge banden en dat Pelemban voor hem band betekende.
Hij maakte uiteindelijk wel helder dat niet iedereen op dezelfde manier denkt en voelt maar vaak wel autobiografisch schrijft. Daar waren de meningen over verdeeld. Ook de vraag uit het publiek, hoe het stond met het durven schrijven vanuit je onderbewuste, verdeelde de meningen. Ik weet dat ik dacht op dat moment aan het gesprek voorafgaande aan de lezing. Het 'oog hebben' voor je onbewuste en er dan iets mee doen. Vaak een handeling die komt of niet komt, maar zeker niet kan worden afgedwongen.
Het is te veel om in details de hele lezing hier te zetten. Het wordt puur een kleine sfeerimpressie. De sfeer was goed, werd opgepakt. REmco Ekkers besprak een aantal gedichten waarvan hij de bron, de oorsprong stapsgewijs met de desbetreffende dichter had besproken, op een heldere manier. Bijzonder mooi vond ik dat persoonlijk. Ja, ik was soms ontroerd van zoveel herkenning. Poëzie moet je onder een gedicht nooit uitleggen, het kwartje voor een ander valt of valt niet. Het raakt je of is niet voor jou bedoeld. Niet iedereen hoeft jam lekker te vinden dacht ik op dat moment, kaas mag ook.
Vervolgens mocht het publiek een gedicht doorgronden en werd er na de pauze een aanvang gemaakt met de muziek van Ruud Stoop. Ruud, afkomstig uit Breda studeerde solo in Corduba aan het conservatoria de Merengue Y Concha Calero. Kreeg les van Paco Pena in Rotterdam waar hij nu zelf ook woont. Hij speelde kippenvelvleugelachtige muziek zei ik na afloop tegen hem, diepe ontroering viel even als een laken van satijn. Ik waande me ergens in zuid Spanje door de tonen van de snaren. Liep in gedachten mee door het landschap daar, zag beelden gewoon als filmpje op mijn netvlies verschijnen. Zat even niet meer in Jambe maar reisde in gedachten op de noten van de Flamenco mee. Geweldig, geweldig ik kan onmogelijk de woorden even vinden hoe deze man opzweepte en mij mee nam in muziek weg van de snelweg zo recht in mijn hart kwamen die klanken.
Henk Knibbeler nam daarna de microfoon over om zijn gedichten voor te dragen. Hij bracht zijn woorden met veel gevoel. Hij bracht poëzie, ja zo rakend .Het gedicht over zijn moeder die belde, en hoe licht de kamer toen vulde, de post ook aankwam op dat moment. En over de boot, beide gedichten die met name de aandacht van Ekkers trokken. Henk was blij met de aandacht van het publiek maar ook verguld met de woorden van Ekkers na afloop.
Arie Vuyk, die met zijn korte en krachtige gedichten de lachers op zijn hand kreeg en door Henriette aangespoord werd toch zeker nog een terug te keren om publiek in Jambe te amuseren. Knap vind ik het, als je in twee regels zoveel kracht kunt neerleggen. Hoe Maria na Christus nog de moederkoek baarde, tegenwoordig bekend als het Mariakaakje, en meer van dit soort woordgrappen.
Anne Borsboom, die ook door Ekkers even voor het voetlicht werd gehaald door haar gedicht over de moeder, zo dicht bij leven bleef. Anne heeft voor mij nu ik haar een paar maal gehoord heb, dat mooie gewone in haar woorden. Persoonlijk houd ik daar het meeste van.
Opnieuw Ruud Stoop en een gevoelsreis. Even je ogen sluiten en meedeinen in gedachten.
Paul Delefre. Tja, die Paul, hij haalde nog even Poetry Alive voor het voetlicht en de daar heersende mentaliteit. Noemde namen, die ik niet herhaal omdat ik dat niet vond kloppen ze zo in deze jas te noemen. Na afloop hier nog over gesproken met Paul, waar niets mis was, leuk om nu een gezicht bij ook die naam te kennen. Hij liet ons als publiek nog raden naar de naam van een gedicht van Bloem. DE titel was 'Nachtegaal'. Hij betrok het publiek er bij en gaf aan de rader van de titel een reep van Albert Hein, helaas was de witte chocolade niet langer voorradig dus was er keus uit melk of puur.
Wim Kaufman die de twijfel liet leven in een gedicht van twee en half A4-tje. Ja, hoe twijfel kan zijn. Hij was net opnieuw vader geworden, wellicht op een twijfelaar, werd genoemd.
Pim Karhof zat weer goed in zijn vel, had intense woorden voor mijn gevoel over het ziekenhuis en het infuus dat daar werd gegeven. Diepe lagen liggen verborgen in zijn woorden, tenminste voor mijn gevoel. Hij raakt steeds intenser die snaren, ik heb respect voor zijn groei in ook dat zo te brengen dat ze voelbaar zijn voor toehoorders. Gevolgd door opnieuw die heerlijke muziek van Ruud Stoop.
In het laatste blokje waren Wouter Ydema, klaasje (moet met kleine letter geschreven worden volgens haar) en Annemieke aan de beurt. Wouter begon met te zeggen dat vele laatste dichters soms de eersten zouden zijn. Zijn glimlach werd later toch juist om die woorden een lieve. Heerlijk zoals hij met woorden beelden neerzet, ooit treedt daar een boom van een dichter voor het voetlicht., Iemand die alles in zich heeft. Wouter kreeg lof van Ekkers, kreeg na afloop net als annemiek, één op één nog meer woorden van waarde over poëzie die er volgens Ekkers helder in hun woorden en manier van voordragen lag, en niet alleen volgens Ekkers.
Klaasje en Annemiek deden samen een voordracht in afwisseling met elkaar waarbij klaasje op gitaar drie gedichten van annemiek ondersteuning gaf. Klaasje zong het liedje van het veertje in de wind dat zich mocht laten dragen, een door haar zelf gemaakte compositie en droeg gedichten op rijm voor, waaronder het lachende konijn. Beide ontvingen ze woorden van Ekkers, klaasje voor haar konijn en annemiek over haar manier van verwoorden, bijna stamelend, raakte, met een zodanig gevoel van gewoon, dat poëzie uit haar vloeide. Wat Ekkers een op een nog aan mij, annemiek toevoegde houd ik voor mezelf met een verlegen glimlach was dat een ontroerend stimulerend cadeautje op een zondag, dat ik niet snel zal vergeten.
En we aten met zijn allen, achtend en lachten, ontroerden. Een maal op weg naar huis en klaasje naar de trein gebracht en ieder zijns weegs gegaan, was ik stil, compleet stil zoals nu. Dank jambe, dank dichters, dank organisatie voor deze bijzonder verrassende en ontroerende middag.
Bijzonder, bijzonder die mensen die van uit hun hart, hun onderbewustzijn associëren en poëzie vertolken, dank je wel dus. Cadeautjes om van te genieten.
Ik ben geen recensent, ik vind het leuk om liefde voor taal te verwoorden, anderen wellicht te stimuleren ook hun woorden eens voor het voetlicht te brengen of te gaan luisteren.
Op 17 oktober kun je weer in jambe terecht en aansluitend daar uitstekend eten voor maar zeven euro. Zeer aan te bevelen het was heerlijk.
Annemieke Steenbergen
|
|
|
|
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
 |
|
|
|
|
|
 |
|